We zorgen er samen voor

Wanneer bel je ons tijdens de kraamtijd?

Veel vragen kun je stellen aan de kraamverzorgende. Bij sommige klachten is het van belang dat je snel contact opneemt met de verloskundig zorgverleners. Hieronder lees je bij welke klachten je in ieder geval alert moet zijn en contact met ons moet opnemen. Op tijd aan de bel trekken kan erger voorkomen. Ook bij ongerustheid horen wij graag van je.

Koorts

Een ontsteking in het kraambed kan voorkomen in je blaas, je baarmoeder of je borst. Als je temperatuur boven de 38°C komt is het van belang dit te melden bij de verloskundig zorgverlener.

Temperatuur van je kindje

Een normale temperatuur van je kindje ligt tussen de 36,5°C en 37,5°C. Als de temperatuur naar 36,5°C neigt is het vaak voldoende om je kindje een muts op te zetten en een extra kruik in het bedje te leggen. Neigt de temperatuur meer naar 37,5°C, zet de muts dan af en haal eventuele extra dekens en/of de kruik weg. Zo daalt de temperatuur naar rond 37°C. Je kunt de baby ook bloot op de borst bij vader of moeder leggen. Door huid-op-huid contact kan de temperatuur ook weer normaal worden.

Als de temperatuur onder de 36,5°C of boven de 37,5°C komt, neem dan contact op. De verloskundige bepaalt dan wat de vervolgstappen zullen zijn. Vaak geeft ze je adviezen over hoe je de temperatuur weer normaal krijgt. Als de temperatuur van je kindje erg schommelt, zonder dat de omgevingstemperatuur verandert, is dit ook een reden contact op te nemen met de verloskundige.

Hevige buikpijn

Buikpijn kan in verschillende mate voorkomen in de kraamtijd. Dit kan verschillen van naweeën tot hevige buikpijn. Heb je ineens hevige buikpijn, die niet zakt met extra rust, neem dan contact op met verloskundig hulpverlener. Buikpijn in combinatie met koorts of ruim bloedverlies is altijd een reden om te bellen.

Te ruim bloedverlies

Het is normaal dat je nog een tijd bloed verliest na de bevalling. De eerste dagen kan dit wat meer zijn dan je gewend bent van je menstruatie. Als je binnen een uur een maandverband vol hebt of als je een aantal grote stolsels achter elkaar verliest, bel dan je verloskundige zorgverlener. 

Borstontsteking (mastitis)

Als je borstvoeding geeft kan melk ‘vast’ blijven zitten in de melkklieren. Duurt dit te lang dan kan dat leiden tot pijnklachten en een ontsteking. Meestal komt dit maar voor aan één borst. Tekenen van een ontsteking kunnen zijn; een warme, rode, harde en pijnlijke plek, hoge koorts en je voelt je ziek.

Op het moment dat je het gevoel hebt dat je borst niet goed leeggedronken wordt, geeft de kraamverzorgende je aanwijzingen. Denk hierbij aan het vaker aanleggen, de warme plek masseren en de borst goed warm maken voor een voeding. Hiermee voorkom je meestal dat je een borstontsteking krijgt. Lukt het toch niet goed om de vastzittende melk los te krijgen en krijg je meer klachten, neem dan contact op.

Trombose (een bloedpropje)

Net na de bevalling kom je minder aan bewegen toe. Je hebt daardoor een licht verhoogde kans op het ontwikkelen van trombose. Trombose is een aandoening waarbij in het bloedvat een bloedstolsel ontstaat. Dit komt het meeste voor in de benen. Trombose ontstaat vaak aan het einde van de kraamweek of in de tweede week na je bevalling. Je kunt hierbij ook verhoging krijgen. Neem contact op als je een pijnlijke plek in je been (kuit) hebt of als je been zwaar aanvoelt. Soms heb je een zwelling in je been en ziet de huid er rood en gespannen uit.

Psychose

Een ernstig probleem is een psychose, dit komt niet vaak voor. Hierbij ben je angstig, extreem onrustig, en soms heb je waanbeelden. Je slaapt en gedraagt je niet normaal. Omdat je hierbij gevaarlijk kunt worden voor jezelf en je kindje is een tijdelijke opname op een psychiatrische afdeling soms noodzakelijk.